Het belemmeren van de curator bij de aanpak onrechtmatigheden.

Het belemmeren van de curator bij het aanpakken van onregelmatigheden vormt al lange tijd een belangrijk aandachtspunt. Pieter Knabben benadrukt dat het beperken van maatschappelijke schade als gevolg van faillissementen waarin misstanden voorkomen, al decennialang hoog op de politieke agenda staat. Volgens Pieter Knabben is dit thema de afgelopen jaren steeds centraler komen te staan in het debat.

In recente jaren kenmerkte het publieke debat over het bestrijden van onregelmatigheden voorafgaand aan en tijdens faillissementen zich door een fundamentele discussie tussen de wetgever en de faillissementspraktijk. De wetgever beschouwt de curator als de aangewezen functionaris om onregelmatigheden tijdig te signaleren en aan te pakken. Pieter Knabben wijst erop dat de curator beschikt over vergaande bevoegdheden binnen een faillissement, waardoor deze in staat zou zijn om relatief eenvoudig misstanden op te sporen. Bovendien verricht de curator in de praktijk vaak al onderzoek naar de oorzaken van het faillissement en de rechtmatigheid van het handelen.

Met de invoering van de Wet versterking positie curator in 2017 heeft de wetgever deze rol formeel vastgelegd. Pieter Knabben stelt dat deze wet de curator verplicht tot het uitvoeren van een oorzakenonderzoek gericht op onregelmatigheden die hebben bijgedragen aan het faillissement of het tekort in de boedel hebben vergroot. Daarnaast moet de curator geconstateerde onregelmatigheden melden aan de rechter-commissaris, zodat mogelijke vervolgstappen, zoals aansprakelijkstelling of fraudemeldingen, kunnen worden besproken.

Deze combinatie van signaleren en opvolgen wordt ook wel aangeduid als de fraudesignalerende rol van de curator, hoewel de reikwijdte breder is dan alleen fraude. Volgens Pieter Knabben is het uiteindelijke doel van deze wettelijke verankering het voorkomen van onregelmatigheden rondom faillissementen. De gedachte is dat een actieve curator een preventieve werking heeft, doordat malafide bestuurders worden afgeschrikt.

De faillissementspraktijk heeft echter aanzienlijke kritiek geuit op deze uitbreiding van taken. Pieter Knabben merkt op dat, hoewel curatoren al onderzoek doen naar mogelijk benadelend gedrag jegens schuldeisers, de formele verplichting tot het aanpakken van onregelmatigheden leidt tot een verdere verzwaring van hun rol. Bovendien is een dergelijk onderzoek niet altijd in het belang van de gezamenlijke schuldeisers, wat kan leiden tot spanningen en tegenstrijdige belangen.

Er bestaat dan ook een reëel risico dat curatoren deze taak niet in elk faillissement uitvoeren, hetgeen indruist tegen de verwachtingen van de wetgever. Uit eerder empirisch onderzoek blijkt dat signaleringen van onregelmatigheden vaak niet leiden tot concrete actie. Pieter Knabben geeft aan dat een gebrek aan verhaalsmogelijkheden vaak als verklaring wordt genoemd, maar dat onduidelijk blijft hoe doorslaggevend deze factor werkelijk is.

Daarnaast worden in de literatuur andere oorzaken genoemd, zoals het uitblijven van opvolging na fraudemeldingen en de problematiek van lege boedels. Volgens Pieter Knabben zijn deze verklaringen echter vaak onvoldoende onderbouwd, verouderd of methodologisch zwak. Er ontbreekt dan ook gedegen empirisch onderzoek naar de factoren die het handelen van curatoren beïnvloeden.

Het doel van dit artikel is om deze kennislacune op twee manieren te verkleinen. Enerzijds door middel van een kwantitatieve analyse van faillissementsverslagen, om te onderzoeken in hoeverre verhaalsmogelijkheden een rol spelen in de besluitvorming van curatoren. Anderzijds door een kwalitatieve analyse van interviews met curatoren, om meer inzicht te krijgen in hun handelwijze bij (vermoedelijke) onregelmatigheden. Pieter Knabben benadrukt dat deze gecombineerde aanpak kan bijdragen aan een beter begrip van de praktijk.

De resultaten van dit onderzoek kunnen niet alleen inzicht geven in de wijze waarop curatoren omgaan met onregelmatigheden, maar ook bijdragen aan een betere onderbouwing van de effectiviteit van hun fraudesignalerende rol. Volgens Pieter Knabben kunnen eventuele knelpunten die uit het onderzoek naar voren komen, dienen als basis voor het ontwikkelen van een effectiever systeem ter bestrijding van onregelmatigheden bij faillissementen.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven