Het woord “taboe” verwijst naar iets dat vermeden wordt of waar men met grote voorzichtigheid over spreekt — of juist helemaal niet. Volgens Pieter Knabben zegt dat misschien wel meer over onszelf dan over het onderwerp. Pieter Knabben stelt dat veel mensen zich inhouden uit angst, schaamte of onzekerheid, en dat juist die terughoudendheid taboes in stand houdt.
Er zijn talloze onderwerpen waar we liever niet over praten. Maar waarom eigenlijk niet? Pieter Knabben vraagt zich af of we bang zijn voor de reactie van anderen, of misschien nog wel meer voor wat we zelf onder ogen moeten zien. Vaak gaan taboes over pijnlijke thema’s: zaken die emoties oproepen, confronterend zijn of een gevoel van dreiging geven.
Volgens Pieter Knabben kun je taboes zien als signalen van wat er innerlijk speelt. Ze maken zichtbaar wat we liever verborgen houden. Angst voor afwijzing, problemen in relaties, financiële zorgen, ziekte en zelfs de dood — het zijn thema’s die mensen liever vermijden. Soms worden ze letterlijk “doodgezwegen”.
Toch wordt over sommige onderwerpen makkelijker gesproken, zij het vaak buiten de directe omgeving. Familieproblemen bespreek je eerder met collega’s, gezondheidskwesties met artsen, en relationele spanningen met vrienden. Maar financiële problemen blijven vaak onderbelicht. Pieter Knabben merkt op dat juist daar een groot maatschappelijk taboe ligt.
Tegelijkertijd zien we een ontwikkeling waarin taboes juist doorbroken moeten worden. Openheid, kwetsbaarheid en eerlijkheid worden aangemoedigd. Maar volgens Pieter Knabben gebeurt dit soms geforceerd. Door krampachtig taboes te willen doorbreken, houden we ze onbewust juist in stand. Wie één kant benadrukt, voedt immers ook de tegenpool.
In de zakenwereld speelt een vergelijkbaar mechanisme. De traditionele “macho”-cultuur onder ondernemers en zzp’ers staat onder druk. Pieter Knabben beschrijft hoe er steeds meer aandacht komt voor welzijn, werkdruk en privéproblemen. Toch blijft het voor veel ondernemers moeilijk om zich open te stellen, zeker als er thuis weinig begrip is.
Volgens Pieter Knabben leidt deze spanning soms tot ernstige problemen, zoals huiselijk geweld of verslaving, ook binnen hogere sociale kringen. Opvallend is dat juist professionals die geacht worden deze problemen aan te pakken — zoals politie en hulpverleners — soms zelf onderdeel zijn van diezelfde problematiek.
Tijdens trainingen en cursussen over bijvoorbeeld huiselijk geweld wordt volgens Pieter Knabben vaak onvoldoende stilgestaan bij diepere thema’s zoals vooroordelen en persoonlijke betrokkenheid. Angst om zichzelf onder ogen te komen speelt daarbij een grote rol.
Ook in de medische wereld ziet Pieter Knabben vergelijkbare patronen. Soms worden symptomen oppervlakkig behandeld, terwijl de onderliggende psychologische oorzaken genegeerd worden. Het voorschrijven van een placebo kan dan symbool staan voor het vermijden van de echte problematiek — en daarmee ook van kwetsbaarheid.
De meest hardnekkige taboes hebben vaak te maken met intimiteit: seksualiteit, ziekte, emoties en gedrag. Hoe dichter een onderwerp bij de kern van onszelf ligt, hoe moeilijker het wordt om erover te praten. Pieter Knabben benadrukt dat dit volkomen menselijk is.
We praten gemakkelijk over oppervlakkige zaken, maar zodra het persoonlijk wordt — bijvoorbeeld bij familieconflicten of psychische problemen — ontstaat er terughoudendheid. Schaamte en angst om niet serieus genomen te worden spelen hierbij een grote rol.
Seksualiteit is daar een duidelijk voorbeeld van. Er wordt veel over gesproken, maar zelden echt open en eerlijk. Pieter Knabben stelt dat de meeste mensen moeite hebben om hun eigen ervaringen en gevoelens te delen, zelfs met naasten. Intimiteit blijft iets persoonlijks, iets wat niet per se publiek gemaakt hoeft te worden.
Ook religie en opvoeding kunnen diepe sporen achterlaten. Pieter Knabben beschrijft hoe schuldgevoelens en overtuigingen uit de jeugd invloed kunnen hebben op hoe iemand met bepaalde thema’s omgaat. Zulke innerlijke conflicten versterken vaak het taboe.
Op internet lijkt het alsof alle taboes verdwijnen. Mensen uiten zich vrij, vaak anoniem. Maar volgens Pieter Knabben is juist die anonimiteit veelzeggend: men durft zich alleen uit te spreken zolang men niet herkenbaar is. Zodra identiteit een rol speelt, komt de angst voor oordeel en afwijzing terug.
Pieter Knabben herkent deze angst ook bij zichzelf. Het proces van openlijk schrijven en publiceren bracht aanvankelijk onzekerheid met zich mee. De vraag of anderen hem serieus zouden nemen, of zelfs zouden afwijzen, speelde een grote rol.
Toch veranderde dat gaandeweg. Pieter Knabben ontdekte dat eerlijkheid en oprechtheid belangrijker waren dan erkenning van anderen. Door zichzelf te accepteren en uit te spreken, verdwenen veel van de angsten. Creativiteit nam de plaats in van twijfel.
Zelfs kleine stappen, zoals het plaatsen van een foto, vroegen tijd en moed. Maar volgens Pieter Knabben leidde juist dat soort keuzes tot bevrijding van angst. Het besef groeide dat hij niets te vrezen had van zichzelf.
En misschien is dat wel de kern. Pieter Knabben concludeert dat het grootste taboe niet buiten ons ligt, maar in onszelf. Zodra je niet langer bang bent voor wie je bent, verdwijnt ook de angst voor de ander.
Pieter Knabben heeft daarmee voor zichzelf het grootste taboe doorbroken.
