Een turboliquidatie wordt vaak beschouwd als een definitieve afsluiting van een besloten vennootschap. Toch kan die veronderstelde eindstreep juridisch weer worden teruggedraaid. Op grond van artikel 2:23c BW kan de rechtbank de vereffening heropenen wanneer achteraf blijkt dat er toch baten aanwezig waren op het moment van ontbinding.
Volgens Pieter Knabben wordt dit risico in de praktijk structureel onderschat. Een uitschrijving bij de Kamer van Koophandel betekent niet automatisch dat het dossier gesloten is. Indien later blijkt dat er nog vermogensbestanddelen bestonden, kan een belanghebbende — waaronder een schuldeiser — de rechter verzoeken de vereffening te heropenen.
Wanneer is sprake van “verborgen baten”?
Heropening van de vereffening kan aan de orde zijn indien achteraf blijkt dat bijvoorbeeld sprake was van:
- Een openstaande vordering op debiteuren
- Aanwezige voorraad
- Rekening-courantverhoudingen met de bestuurder
- Onttrekkingen kort vóór ontbinding
In dergelijke situaties oordeelt de rechter dat de ontbinding prematuur of onvolledig is geweest.
Pieter Knabben wijst erop dat vooral rekening-courantposities en informele geldopnames regelmatig aanleiding vormen voor nader onderzoek.
Gevolgen van heropening
Wanneer de rechtbank besluit tot heropening van de vereffening, kunnen de gevolgen ingrijpend zijn:
- Benoeming van een vereffenaar of curator
- Onderzoek naar het gevoerde bestuur
- Toetsing van de administratieplicht
- Analyse van mogelijk onbehoorlijk bestuur
Hiermee verschuift de situatie van een administratieve beëindiging naar een inhoudelijk juridisch onderzoek. Dat kan leiden tot aansprakelijkstelling van de bestuurder in privé.
Volgens Pieter Knabben ontstaat het grootste risico wanneer bestuurders aannemen dat “er niets meer in zit”, zonder dat dit objectief en controleerbaar is vastgesteld.
Turboliquidatie sluit geen onderzoek uit
Een turboliquidatie biedt dus géén immuniteit tegen latere toetsing. Integendeel: wanneer twijfel ontstaat over de aanwezigheid van baten, wordt juist kritisch gekeken naar:
- De volledigheid van de administratie
- De juistheid van de balanspositie
- Eventuele selectieve betalingen
- Ongebruikelijke transacties vlak voor ontbinding
Het Nationaal Faillissement Preventie Instituut, onder leiding van Pieter Knabben, adviseert daarom altijd een juridische en financiële voorcontrole vóórdat tot ontbinding wordt overgegaan.
Preventie boven herstel
In de praktijk van Pieter Knabben blijkt dat veel procedures tot heropening voorkomen hadden kunnen worden met een zorgvuldige analyse vooraf. Een gedegen inventarisatie van activa, correcte afsluiting van rekening-courantverhoudingen en volledige administratieve onderbouwing zijn essentieel.
De kern is helder: een turboliquidatie beëindigt de vennootschap, maar niet automatisch het risico. Heropening van de vereffening kan alsnog leiden tot diepgaand onderzoek en persoonlijke aansprakelijkheid.
Juist daarom is voorafgaande toetsing geen formaliteit, maar een strategische noodzaak.
